De jungletour was een hele toer. Ik dook mijn bed in om een uur of een, en om vijf uur was ik er alweer uit, want we zouden worden opgehaald om half 6. We hadden er zin in. Onze gids was een echte oorspronkelijke indiaan, met jeans en sportschoenen. Zijn engels was formidabel, het ontsteeg ons eigen niveau zodanig, dat we moeite hadden om hem te volgen in zijn portîngles.
260 kilometer van Manaus was het kamp. We deden een heel stuk met de bus en nog een tochtje over de rivier (Rio Urubu) met een speedboat. Het kamp was redelijk primitief, open hutjes waar we onze hangmatten ophingen, een gat in de grond voor de uitwerpselen, en wassen in de rivier. Eerst waren we nogal huiverig voor piranha’s, maar later namen we het niet meer zo nauw met die bijtertjes. De eerste dag hebben we gevist naar piranha’s. Zelf hebben we niks gevangen, maar onze gids, met een erg ingewikkelde naam, ving vier visjes. Later op de avond een goeie snack!
De volgende ochtend was er een kanotocht voor zonsopgang. Zonsopgang in de jungle is indrukwekkend, vooral als het zo flink bewolkt is als het bij ons was. Later die dag was het plan om de jungle daadwerkelijk diep in te trekken en aldaar te overnachten. Ik was helaas mijn schoenen in de bus vergeten, de schoenen die ik speciaal voor dit moment had gespaard al die tijd, de schoenen die eigenlijk al te versleten waren om met goed fatsoen voor de dag te komen. Ik ben gaan improviseren met sokken, slippers en touw, om er maar voor te zorgen dat het allemaal een beetje dicht zat tegen de mieren/termieten. Ik was net klaar, toen de gids met een stel stevige schoenen voor me kwam aanzetten. Ik kon niet weigeren.
De wandeling door het woud, die was zwaar. Met een zware tas met hangmat, deken en nog wat rommel, een fles water in de hand, in een snel tempo, te krappe bergschoenen; erg zwaar. Ik zweette alsof ik na 3 weken vakantie nog even alle plantjes water moest geven en de blaren op mijn hielen en tenen groeide als kolen. Heerlijk was dan ook het gevoel, toen we na drie uur (slechts drie uur, kun je nagaan!) het watervalletje midden in de rimboe bereikten. Onze gids ging meteen aan het werk om onze middagmaaltijd neer te zetten. Die ging erin als zoete koek. Daarna is ie flink aan het kappen geweest om ons een dak boven ons hoofd te geven tegen de regen, en steun voor de hangmatten. Het zag er erg tof uit.
De dag in de jungle, behalve de wandeling er naar toe, ging ontzettend snel voorbij, terwijl we ongeveer de hele tijd in de hangmat lagen. ’s Nachts heb ik prima geslapen, ik moest tussendoor wel even een zwarte panter uit m’n hangmat schoppen, maar de rest geen problemen. De volgende dag, terug over het pad, over tigduizend boomstammen, zwetend alsof we alle wereldzeeën van zout moesten voorzien, net niet vallend in de beekjes die we balancerend over boomstronken trotseerden, kwamen we uitgeput aan bij de kano, die netjes geparkeerd lag met een bak vol water, om ons terug te voeren naar het kamp. Ik was weer ontzettend blij dat de schoenen uit mochten.
We hebben verder nog weer gevist naar piranha’s, we wisten deze keer zelfs ieder een vis te vangen, en die smaakten ook extra goed! Na vier dagen hadden we het wel weer gehad met de jungle, en vooral met de gids, die toch een beetje op onze zenuwen begon te werken. Moe, maar voldaan kwamen we dus gisteravond terugstrompelend het hostel in Manaus binnen. Het vliegtuig naar São Paulo ging vannacht om drie uur, had een uur vertraging; geen oog dichtgedaan vannacht.
Nu zitten we in São Paulo. Yara heeft alsnog een bus weten te regelen naar Belém, dus die zien we niet meer. Vandaag hebben we flink geshopt, morgen ga ik nieuwe schoenen kopen. Een schril contrast met de jungle gisteren nog! Twee uur geleden werden we overvallen door een gigantische natte moesson, het regent nu nog steeds. Overmorgen in de middag naar het vliegveld, daar een paar uurtjes de tijd doden, vliegtuigje pakken naar Milaan, zes uur wachten… tja, en dan is de reis echt voorbij.